omwassen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·was·sen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omwassen
waste om
omgewassen
zwak -t

gemengd

volledig

Werkwoord

omwassen

  1. overgankelijk het inwendige oppervlak van een pot of beker door wassen reinigen
    • Zijn die bekers al omgewassen? 

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
44 % van de Vlamingen.