Naar inhoud springen

omkijken

Uit WikiWoordenboek
  • om·kij·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omkijken
keek om
omgekeken
klasse 1 volledig

omkijken

  1. inergatief naar achteren kijken
    • Zonder om te kijken liep hij de kamer uit. 
  2. inergatief naar ~: interesse tonen en verzorgen
    • Er werd niet meer naar die oude vrouw omgekeken. 
     Zijn moeder kreeg vlak na zijn geboorte multiple sclerose. Zijn vader, druk met de zorg voor zijn chronisch zieke echtgenote, keek nauwelijks om naar Harry. Als enig kind werd hij opgevoed door zijn oma.[1]
100 %van de Nederlanders;
98 %van de Vlamingen.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 11 mei 2025 Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be