omhoogkijken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·hoog·kij·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
omhoogkijken
keek omhoog
omhooggekeken
klasse 1 volledig

Werkwoord

omhoogkijken

  1. inergatief het hoofd in opwaartse richting bewegen om iets dat zich boven de waarnemer bevindt beter te kunnen zien
    • Hij keek omhoog om naar de wolken te kijken. 

Gangbaarheid