omgewend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • om·ge·wend
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van: omwenden…
verbogen vorm: omgewende

omgewend

  1. voltooid deelwoord van omwenden

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
47 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen