oertijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oer·tijd
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van tijd met het voorvoegsel oer-
enkelvoud meervoud
naamwoord oertijd oertijden
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

oertijd m

  1. voorhistorische periode, de tijd waaruit totaal geen geschreven documenten zijn overgeleverd
Synoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie