nomogram

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

nomogram voor het maken van vermenigvuldigingen en delingen
Uitspraak
Woordafbreking
  • no·mo·gram
Woordherkomst en -opbouw

uit het Frans

enkelvoud meervoud
naamwoord nomogram nomogrammen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nomogram o

  1. (wiskunde) grafiek die behulpzaam is bij het maken van een berekening
Vertalingen

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
31 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be