nimby

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nim·by
Woordherkomst en -opbouw
  • afkoring uit het Engels Not In My Back Yard (NIVEA: Niet In Voor- En Achtertuin) (NIMU: niet in mijn buurt) (NIMA: niet in mijn achtertuin)
enkelvoud meervoud
naamwoord nimby nimby's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

nimby m

  1. een begrip uit de ruimtelijke ordening om aan te duiden dat veel mensen wel gebruik willen maken van voorzieningen, maar er geen hinder van willen ondervinden
    • Zo betitelde ze Tubbergen als het dorp dat getroffen is door het hardnekkige en besmettelijke NIMBY-virus; hetgeen staat voor Not In My Backyard (niet in mijn achtertuin) verwijzend naar de langdurige bezwaarprocedures tegen het bouwen van woningen in het dorp. [1] 
    • Naast de vulgaire xenofobie die nu welig tiert, bestaat er natuurlijk ook een nette variant. Die vindt men in de vorm van het NIMBY-denken van de betere buurten, zo treffend verwoord door Robbert van Lanschot in NRC van 26 september: het is voor de vluchtelingen zélf ook veel beter als ze in arme wijken wonen, want op zoek naar goedkope belwinkels hebben ze aan onze prijzige patisserieën niets. [2] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

20 % van de Nederlanders;
19 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia 29-01-2017
  2. Volkskrant Thomas von der Dunk (cultuurhistoricus) 1 november 2015