nijpend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nij·pend
Woordherkomst en -opbouw
  • Afleiding van het Nederlandse bijvoeglijke naamwoord nijpen.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen nijpend nijpender nijpendst
verbogen nijpende nijpendere nijpendste
partitief nijpends nijpenders -

Bijvoeglijk naamwoord

nijpend

  1. ernstig
  2. dringend
Typische woordcombinaties
  • [1]: een nijpend gebrek
  • [1]: een nijpend tekort
  • [2]: een nijpend probleem
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van: nijpen
verbogen vorm: nijpende

nijpend

  1. onvoltooid deelwoord van nijpen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.