neopreen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

neopreen duikerspak
Uitspraak
Woordafbreking
  • neo·preen
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord neopreen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

neopreen o

  1. (scheikunde) synthetische, waterdichte, goed isolerende rubbersoort
     Een gebreide trui en een schoen uit de lente 2010 collectie. Dat model hebben we nu voorzien van een rits en een aquasok van neopreen”.[1]
stellend
onverbogen neopreen
verbogen neoprene
partitief neopreens

Bijvoeglijk naamwoord

neopreen

  1. (scheikunde) gemaakt van neopreen
     Alle bekabeling die de organisatie jaarlijks gebruikt bij het groots opgezette tentfeest in het laatste volle weekend van juni, is nu verdwenen. Het gaat om een aantal zwaar uitgevoerde neopreen kabels en verlengsnoeren, verdeeldozen en andersoortige bekabeling.[2]
     Beide hoogleraren zijn het erover eens dat het voor ieder gezond persoon mogelijk is om in elk geval 50 meter te zwemmen in ijskoud water. "Langere afstanden zijn wel mogelijk, mits je een neopreen zwempak aan hebt," geeft Kuipers aan.[3]

Gangbaarheid

66 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron MICHOU BASU “Vijf vragen aan Alexander Wang” (06 jan. 2016), De Telegraaf
  2. Bronlink Weblink bron “Dieven stelen alle bekabeling voor tent van School-en Volksfeest Goor” (15-02-2017), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron “Brrr: zo is het om een wedstrijdje te zwemmen in water kouder dan 5 graden” (30-12-2017), NOS