neet

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

neet vast aan een haar
Uitspraak
Woordafbreking
  • neet
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘luizenei’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord neet neten
verkleinwoord neetje neetjes

Zelfstandig naamwoord

neet v

  1. een ei van een luis
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Limburgs

Bijwoord

neet

  1. niet


Nedersaksisch

Bijwoord

neet

  1. niet