nauwverholen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • nauw·ver·ho·len
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen nauwverholen
verbogen
partitief nauwverholens

Bijvoeglijk naamwoord

nauwverholen

  1. nauwelijks verborgen, bijna helemaal openbaar

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
52 % van de Vlamingen.