natuurtalent

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·tuur·ta·lent
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord natuurtalent natuurtalenten
verkleinwoord natuurtalentje natuurtalentjes

Zelfstandig naamwoord

natuurtalent o

  1. iemand met een speciale gave die hij niet door scholing maar door geboorte heeft verworven
    • Mozart was een natuurtalent, dat op uitzonderlijk jonge leeftijd viool, klavecimbel en orgel speelde en kwalitatief hoogstaand werk componeerde. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.