naleveren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • na·le·ve·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
naleveren
leverde na
nageleverd
zwak -d volledig

Werkwoord

naleveren [1]

  1. nog wat leveren nadat de eigenlijke hoofdlevering gedaan is
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Verwijzingen