Naar inhoud springen

nadruk

Uit WikiWoordenboek
  • na·druk
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘klemtoon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1672 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord nadruk nadrukken
verkleinwoord - -

denadrukm

  1. een bijzondere aandacht die besteed wordt
    • Hij legde de nadruk op de goede afwerking ervan. 
     ' 'Als ik iedereen binnenlaat die bevriend zegt te zijn met juffrouw Bosman ' De bewaker legt de nadruk op het woord 'bevriend' alsof hij betwijfelt dat Thea zo'n vriendschap zou kunnen hebben.[2]
     De meest doeltreffende manier om de grondrechten meer nadruk te geven is het toekennen van de toetsingsbevoegdheid.[3]
     Door de terugtred van de wetgever is de nadruk meer bij de regering komen te liggen dan bij het parlement, waardoor het maar de vraag is of de wetgever als beste in staat is om de vrijheid van de burger te waarborgen.[3]
  2. een latere druk van een oude uitgave
vervoeging van
nadrukken

nadruk

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van nadrukken
    • ... dat ik nadruk. 
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[4]