nœud
Uiterlijk
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| nœud | le nœud | nœuds | les nœuds |
nœud m
- (textielindustrie), (scheepvaart) knoop [1]
- (scheepvaart), (eenheid) knoop [2]
- (figuurlijk) relatie tussen personen
- (spreektaal), (anatomie) eikel
- (spreektaal) lul, eikel
- «Quelle tête de nœud!»
- Wat een oen! [2]
- «Quelle tête de nœud!»
Categorieën:
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 4
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Erfwoord in het Frans
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Textielindustrie in het Frans
- Scheepvaart in het Frans
- Eenheid in het Frans
- Figuurlijk in het Frans
- Spreektaal in het Frans
- Anatomie in het Frans