muzieksamensteller

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mu·ziek·sa·men·stel·ler
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord muzieksamensteller muzieksamenstellers
verkleinwoord muzieksamenstellertje muzieksamenstellertjes

Zelfstandig naamwoord

muzieksamensteller m

  1. iemand de muziek samenstelt
    • Een muzieksamensteller van de BBC liet zich uit over de meest gebruikte nummers. 

Gangbaarheid