mononucleose

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mo·no·nu·cle·ose
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

mononucleose

  1. (medisch) vermeerdering van eenkernige witte bloedlichaampjes
Vertalingen

Gangbaarheid