mollusk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mol·lusk
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van het Franse mollusque of daarvoor van het Latijnse 'molluscus' (zacht) [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mollusk mollusken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mollusk m

  1. weekdier

Gangbaarheid

24 % van de Nederlanders
34 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen