mollet
Uiterlijk
- zn: van mou, molle "zacht" met het achtervoegsel -et, als in "het zachte deel van het been" (vergelijk bv. 14de-eeuws mol de la jambe) [1]
- bn: van mou, molle "zacht" met het achtervoegsel -et
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| mollet | le mollet | mollets | les mollets |
mollet m
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk | mollet | mollets |
| vrouwelijk | mollette | mollettes |
mollet
- zacht [1]; zacht aanvoelend
- zwak; krachteloos
- ↑ mollet (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.