mobbing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mob·bing
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Engels [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord mobbing mobbings
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mobbing v/m

  1. pesterijen op de werkvloer
     Relatieproblemen geven geregeld aanleiding tot stalking en pesterijen. Zelden gaat een ex zover dat hij zijn gewezen partner met zuur aanvalt. Jean-Marc Van Belle van SASAM (Stichting Anti-Stalking Anti-Mobbing): “Mannen hebben dan maar één doel: de schoonheid van hun ex vernietigen zodat zij niet meer door andere mannen begeerd kan worden.[2]
     Mensen maken lange dagen, betalen vreemde toeslagen en hebben te maken met 'mobbing' ofwel pesterijen op de werkvloer.[3]
Synoniemen

Gangbaarheid

29 % van de Nederlanders;
66 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. mobbing op website: Etymologiebank.nl
  2. Bronlink Weblink bron Patrick Lefelon “Antwerpse zuurgooier terroriseerde zijn ex-vriendin al een jaar” (31-07-2018), Tubantia
  3. Bronlink Weblink bron Jesse Beentjes “Amsterdamse hotels buiten Poolse migranten uit” (24 juli 2016), Het Parool
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be