misbruikte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mis·bruik·te

Werkwoord

vervoeging van
misbruiken

misbruikte

  1. enkelvoud verleden tijd van misbruiken
    • Ik misbruikte. 
    • Jij misbruikte. 
    • Hij, zij, het misbruikte.