mimen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi·men
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
mimen
mimede
gemimed
zwak -d volledig

Werkwoord

mimen

  1. acteren zonder woorden
    • Ze mimede het geven van een dikke kus. 
    • In de revue worden niet alleen sketches gebracht, maar wordt ook gedanst, gemimed en muziek gemaakt. 
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

mimen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord mime

Gangbaarheid

73 % van de Nederlanders;
55 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
mimar

mimen

  1. aanvoegende wijs derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van mimar
  2. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon meervoud tegenwoordige tijd (presente) van mimar