meuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meuk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord meuk meuken
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

meuk m/v [2] [3]

  1. oude troep of rotzooi
    • Ik heb een zolder vol meuk. 

Werkwoord

vervoeging van
meuken

meuk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meuken
    • Ik meuk. 
  2. gebiedende wijs van meuken
    • Meuk! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van meuken
    • Meuk je? 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders
16 % van de Vlamingen.

Verwijzingen