meuken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • meu·ken
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

meuken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord meuk
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
meuken
meukte
gemeukt
zwak -t volledig

Werkwoord

meuken

  1. weken, zacht worden

Gangbaarheid

41 % van de Nederlanders;
10 % van de Vlamingen.

Verwijzingen