medicinaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·di·ci·naal
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen medicinaal medicinaler medicinaalst
verbogen medicinale medicinalere medicinaalste
partitief medicinaals medicinalers -

Bijvoeglijk naamwoord

medicinaal

  1. (medisch) geneeskrachtig
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be