mededader

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • me·de·da·der
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord mededader mededaders
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mededader m

  1. (in het strafrecht) een persoon die rechtstreeks aan het misdrijf heeft meegewerkt, noodzakelijke hulp heeft verleend of rechtstreeks tot het misdrijf heeft aangezet.

Meer informatie

Gangbaarheid