mavo

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·vo
enkelvoud meervoud
naamwoord mavo -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

mavo o

  1. (onderwijs), (letterwoord), (afkorting) de afkorting voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, een Nederlandse schoolsoort na de lagere school
    • Deze leerling volgt mavo. 
  2. (afkorting) de afkorting voor maatschappelijke vorming, een schoolvak in het Vlaamse beroepssecundaire onderwijs
    • Zij heeft mavo in haar vakkenpakket. 
enkelvoud meervoud
naamwoord mavo mavo's
verkleinwoord mavootje mavootjes

Zelfstandig naamwoord

mavo v/m

  1. een school voor middelbaar algemeen voortgezet onderwijs
    • Hij zit al drie jaar op een mavo. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
53 % van de Vlamingen.

Meer informatie