maitresse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mai·tres·se

Zelfstandig naamwoord

maitresse

  1. verouderde spelling of vorm van maîtresse tot 1863/84 [1][2]
      Schoone ionge Princesse,
    Adieu, God sy met u:
    Adieu, cloucke maitresse,
    Adieu, wy scheyden nu, (…)
    [3]
      Hy speelde, hy dronk niet; hy hield geene Maitressen; maar hy kende de waarde van het geld niet.[4]
Opmerkingen
  • In de spelling van De Vries en Te Winkel worden ontleende woorden die nog niet vernederlandst zijn gespeld zoals in hun taal van herkomst. In alle edities van Van Dale's Groot Woordenboek is de spelling dan ook met een dakje (circonflexe) op de i. Voordien gaf de officiële spelling hierover geen uitsluitsel en werden de vormen met en zonder dakje naast elkaar gebruikt.
  • Bij de vereenvoudiging van de Franse spelling is in 1990 het dakje op de i niet langer vereist, maar in het Nederlands blijft de officiële spelling met -î-.

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
90 % van de Vlamingen.[5]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2020 Weblink bron Pieter Lenaerts van der Goes “Een nieu liedt-boeck genaemt den druyven-tros der amoureusheyt: In hem begrijpende veelderhande amoureuse liedekens, te vooren in druck noyt uytgegaen. : Een dialogue van Jongman en Dochter” (1602), p. 51
  4. Bronlink geraadpleegd op 2 mei 2020 Weblink bron Betje Wolff en Aagje Deken “Historie van den heer Willem Leevend. Deel 2.” (1784), Isaac van Cleef, Den Haag, p. 142
  5. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Frans

enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  maitresse     la maitresse     maitresses     les maitresses  

Zelfstandig naamwoord

maitresse v

  1. maîtresse
  2. meesteres
Schrijfwijzen
  • Vóór 1990 was de spelling maîtresse.