machete

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma·che·te
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘kapmes’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1931 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord machete machetes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

machete m/v

  1. lang stevig mes waarmee men zich al kappend een weg kan banen in het oerwoud
    • De machete maakte het pad vrij van de vele obstakels. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

82 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen