literfles

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·ter·fles
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord literfles literflessen
verkleinwoord literflesje literflesjes

Zelfstandig naamwoord

literfles v/m [1]

  1. een fles met een inhoud van 1 liter
    • En hij heeft nog een tip voor erbij: "Uiteraard drink je bij dit Nicaraguaanse gerecht een Toña ‘biertje’, beschikbaar in literflessen."[2] 
    • Sinds dit jaar gelden al wel hogere accijnzen op frisdranken. Een blikje cola is daardoor 1 cent duurder geworden en een literfles 3 cent. Die heffing, die 50 miljoen euro moet opbrengen, blijft bestaan.[3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 30 jul. 2017
  3. de Telegraaf 09 dec. 2016