lesruimte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·ruim·te
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesruimte lesruimten
lesruimtes
verkleinwoord lesruimtetje lesruimtetjes

Zelfstandig naamwoord

lesruimte v

  1. (onderwijs) ruimte waarin les wordt gegeven

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.