lesrooster
Uiterlijk

- Geluid: lesrooster (hulp, bestand)
- IPA: / ˈlɛsrostər / (3 lettergrepen)
- les·roos·ter
- samenstelling van les zn en rooster zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | lesrooster | lesroosters |
| verkleinwoord | lesroostertje | lesroostertjes |
het lesrooster o
- (onderwijs) schema waarin staat op welke tijd waar, welke les wordt gegeven aan wie en door wie
- Het maken van een lesrooster is de taak van de roostermaker.
- Het woord lesrooster staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lesrooster" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 97 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 10
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 3 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Onderwijs in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 97 %