lesmodule

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·mo·du·le
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesmodule lesmodulen
lesmodules
verkleinwoord lesmoduletje
lesmoduultje
lesmoduletjes
lesmoduultjes

Zelfstandig naamwoord

lesmodule m

  1. (onderwijs) studieonderdeel (soms gebonden aan een bepaalde lesperiode)

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.