lesblok

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·blok
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesblok lesblokken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lesblok o

  1. een les die 2 of meer lesuren omvat
    • Ieder jaar worden leerlingen van groep 7 naar het Parkstad Limburg Stadion gehaald voor lesblokken over ’Voeding & Gezondheid’, ’Weerbaarheid’ en ’Financiële Gezondheid’.[1] 
    • Naast de gewone vakken krijgen ze drie tot vier keer gericht onderwijs over gamen en e-sport. Het gaat dan om lesblokken van bijna twee uur. In het schooljaar 2017-2018 moet de opleiding plaats bieden aan ongeveer dertig leerlingen.[2] 
    • Om het gebrek aan stageplaatsen op te vangen, hebben de hogescholen geschoven met de lesblokken. Blokken met theorie zijn naar voren gehaald, of juist naar achter geschoven als iemand wel op stage kon. Stages zijn verkort, zodat er meer mensen mee konden lopen.[3] 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 20 dec. 2017 Roda JC midden in de maatschappij
  2. de Telegraaf 02 feb. 2015 Zweedse school leert leerlingen gamen
  3. NRC Juliette Vasterman 22 mei 2014 Al overbodig tijdens je studie