leegmaken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeg·ma·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leegmaken
maakte leeg
leeggemaakt
zwak -t volledig

Werkwoord

leegmaken

  1. (overgankelijk) alle inhoud uit iets verwijderen
    Hij had de kasten al leeggemaakt en alles in dozen gedaan.