leeggieten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeg·gie·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leeggieten
goot leeg
leeggegoten
klasse 2 volledig

Werkwoord

leeggieten

  1. overgankelijk door te gieten een vloeibare inhoud verwijderen
    • Hij had de bak met sop al leeggegoten toen hij zag dat er nog wat stond dat afgewassen moest worden. 

Gangbaarheid