latitude

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ti·tu·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord latitude latituden
latitudes
verkleinwoord latitudetje latitudetjes

Zelfstandig naamwoord

latitude v

  1. (aardrijkskunde) (formeel) geografische breedte (meer gebruikelijk: breedtegraad)
Antoniemen

Gangbaarheid

87 % van de Nederlanders;
71 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

enkelvoud meervoud
latitude latitudes

Zelfstandig naamwoord

latitude

  1. (aardrijkskunde) breedtegraad; latitude v.


Frans

Zelfstandig naamwoord

latitude

  1. (aardrijkskunde) breedtegraad; latitude v.