lasnaad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

lasnaad
Uitspraak
Woordafbreking
  • las·naad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lasnaad lasnaden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lasnaad m [1]

  1. (metallurgie) een naad waar iets gelast is
    • Via Marktplaats tikten de Turftrappers een mooie wagen in Moerdijk op de kop. Maar bij nader inzien bleken lasnaden, assen en de draagconstructie niet zo heel best van kwaliteit te zijn. "We willen na het ongeluk van vorig jaar in Tubbergen absoluut geen enkel risico nemen", zegt Ter Groot die deel uitmaakt van de technische commissie. "De kwaliteit van de wagen viel flink tegen. Dat komt mede doordat veel carnavalsverenigingen in Brabant elk jaar een nieuwe wagen kopen. Hier in Twente is dat anders. Daar doen de verenigingen jaren met hun eigen wagen."[2] 
    • NTP Europe is een filiaal van NTP Radioisotopes, gevestigd in Zuid-Afrika. Het bedrijf is gespecialiseerd in de productie van industriële radioactieve bronnen die industrieel worden gebruikt, om met ioniserende stralingen bijvoorbeeld de dikte en de kwaliteit van lasnaden op werven te controleren.[3]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Hyperoniemen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 18 februari 2017
  3. De Standaard 13 januari 2017
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be