laminaat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

laminaat als vloerbedekking
Uitspraak
Woordafbreking
  • la·mi·naat
enkelvoud meervoud
naamwoord laminaat laminaten
verkleinwoord laminaatje laminaatjes

Zelfstandig naamwoord

laminaat o

  1. uit laagjes opgebouwd materiaal m.n. gebruikt als vloerbedekking
    • De romp is degelijk vervaardigd van zeven lagen polyester, met honingraat karton als tussenlaag. De trailerbare Speedster weegt vaarklaar slechts 675 kilo. De buitenste laag is van vinylester, dat het laminaat beschermt tegen indringend vocht.[1] 
    • „Een muis kruipt door een gaatje zo groot als een pen. Een broodkruimel tussen het laminaat ruiken ze al. Het kan nog zo schoon zijn, maar bijna elke horecagelegenheid kent het probleem wel.”[2] 
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. de Telegraaf EPCO ONGERING 03 feb. 2018 Vintage cabrio
  2. de Telegraaf 31 jan. 2018 Spoedoverleg Markthal door muizenplaag
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be