lamé

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·mé
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het Frans
enkelvoud meervoud
naamwoord lamé
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lamé o

  1. garen of weefsel met een metaalkleurige draad
Hyponiemen

Gangbaarheid

44 % van de Nederlanders;
38 % van de Vlamingen.