kwalijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
  • IPA: /'kʋalək/
Woordafbreking
  • kwa·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘slecht’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1237 [1]
  • Afleiding van kwaal met het achtervoegsel -lijk.
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen kwalijk kwalijker kwalijkst
verbogen kwalijke kwalijkere kwalijkste
partitief kwalijks kwalijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

kwalijk

  1. slecht, niet goed
    • het woord kwalijk is al tientallen jaren vooral geliefd bij leden van het studentencorps en zo'n gebrek aan fantasie vind ik nu een kwalijke zaak, kaerel 
Synoniemen
  • slecht (een slechte zaak)
Antoniemen
  • goed (een goede zaak)
Uitdrukkingen en gezegden
  • kwalijk nemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen