krijsen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • krij·sen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
krijsen


krees, krijste


gekresen, gekrijst


zwak -t

klasse 1

volledig

Werkwoord

krijsen

  1. (inergatief) luidkeels schreeuwend een hoog geluid voortbrengen
    De katten kresen alsof ze gekeeld werden.
Vertalingen