kondigde aan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kon·dig·de aan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
aankondigen

kondigde aan

  1. enkelvoud verleden tijd van aankondigen
    • Ik kondigde aan. 
    • Jij kondigde aan. 
    • Hij, zij, het kondigde aan. 


Gangbaarheid