kolk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kolk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kolk kolken
verkleinwoord kolkje kolkjes

Zelfstandig naamwoord

kolk v/m

  1. een slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
    Het kan gevaarlijk zijn voor een schip om in een kolk verzeild te raken.
  2. diepe kuil, plas of put gevuld met water
Hyponiemen
Afgeleide begrippen

Werkwoord

vervoeging van
kolken

kolk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kolken
    Ik kolk.
  2. gebiedende wijs van kolken
    Kolk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kolken
    Kolk je?

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl