draaikolk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

draaikolk in de zee
Uitspraak
Woordafbreking
  • draai·kolk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord draaikolk draaikolken
verkleinwoord draaikolkje draaikolkjes

Zelfstandig naamwoord

draaikolk v/m

  1. een slurfvormige draaiing, met name in een watermassa
    • De vloedgolf ging gepaard met een aantal draaikolken. 
    • Eerst verscheen er een klein kuiltje in het oppervlak van de Blauwe Wierenzee dat echter groter en groter werd en uiteindelijk een grote draaikolk vormde waarvan de punt tot op de bodem van de Blauwe Wierenzee reikte. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 57