knielen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • knie·len
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
knielen
knielde
geknield
zwak -d volledig

Werkwoord

knielen

  1. op de knieën gaan
    • Zij knielden tijdens de communie. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie