klopte op

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klop·te op
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
opkloppen

klopte op

  1. enkelvoud verleden tijd van opkloppen
    • Ik klopte op. 
    • Jij klopte op. 
    • Hij, zij, het klopte op. 


Gangbaarheid