klip

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • klip
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘rots’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1450 [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord klip klippen
verkleinwoord klipje klipjes

Zelfstandig naamwoord

klip v/m

  1. (aardrijkskunde), (scheepvaart) een althans tijdelijk uit zee oprijzende rots
    • Hij liet het schip gelukkig niet op de klippen lopen. 
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een blinde klip
een rots die net onder de waterspiegel blijft en daardoor onzichtbaar en des te gevaarlijker is

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord klip klippe

Zelfstandig naamwoord

klip

  1. steen, rotsblok
    «Ten minste 30 betogers in Jordanië is beseer toe hulle met klippe bestook is.»
    Ten minste 30 betogers liepen verwondingen op toen zij met stenen bekogeld werden.