kirren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir·ren
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘rollend keelgeluid maken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1599 [1]
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kirren
kirde
gekird
zwak -d volledig

Werkwoord

kirren

  1. inergatief het geluid maken van duiven
    • De duiven zaten de hele tijd te kirren. 
Synoniemen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.

Verwijzingen