kirren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kir·ren
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
kirren
kirde
gekird
zwak -d volledig

Werkwoord

kirren

  1. inergatief het geluid van duiven maken
    • De duiven zaten de hele tijd te kirren. 
     Nu ergeren kirrende duiven me niet meer.[5]
  2. overgankelijk (figuurlijk) met hoog stemgeluid vrolijk opgewonden praten
     Ik hoor een verdraaide kinderstem spookachtig „Hoor je me” kirren.[6]
     De grote hand van de man die net nog trillend zijn mond had gedept, kietelde de vrouw nu in haar nek en zij kirde. Er is geen ander woord voor mogelijk, zij was aan het kirren.[7]
Synoniemen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.[8]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. kirren op website: Etymologiebank.nl
  4. "kirren" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
  5. Bronlink geraadpleegd op 8 april 2022 Weblink bron C. J. Meeuse Kirrende duiven in: Reformatorisch Dagblad op Wikipedia, jrg. 26 nr. 27 (3 mei 2006), Erdee Media Groep, Apeldoorn, p. 12 kol. 7
  6. Bronlink geraadpleegd op 8 april 2022 Weblink bron Ron Rijghard “Zone: horrorachtig psychotheater” (14 oktober 2014) op nrc.nl
  7. Bronlink geraadpleegd op 8 april 2022 Weblink bron Arnon Grunberg “Niet doodgaan, Murray” (3 september 1999) op nrc.nl
  8. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be