kiek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kiek
enkelvoud meervoud
naamwoord kiek kieken
verkleinwoord kiekje kiekjes

Zelfstandig naamwoord

kiek m

  1. een fotografische opname
    • Hij had een mooie kiek gemaakt van het nieuwe huis. 
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
kieken

kiek

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kieken
    • Ik kiek. 
  2. gebiedende wijs van kieken
    • Kiek! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van kieken
    • Kiek je? 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
83 % van de Vlamingen.